Het Romeinse Legioen


Hoe is het Romeinse leger ontstaan?


In de eerste paar eeuwen van het Romeinse rijk had het geen vast leger. Wanneer er gevochten moest worden werden burgers opgeroepen om bij een tijdelijk leger te vechten. Hierbij moesten ze ook hun eigen wapens meenemen. Dit leger word het burgerleger genoemd.

Het Romeinse rijk werd steeds groter waardoor de burgers steeds verder van huis moesten om te vechten. Doordat ze lang van huis weg waren werden de burgers ontevreden over het burgerleger.

Toen keizer Augustus aan de macht was kwam hier een verandering in. Keizer Augustus maakte een vast leger met soldaten om meer controle te kunnen hebben over het Romeinse rijk. Augustus voerde ook de dienstplicht in. Hierdoor werden mensen verplicht zich bij het leger aan te melden.

Hoe was het Romeinse leger opgebouwd?


Het Romeinse leger was ingedeeld in 2 groepen: de hoofdtroepen en de hulptroepen.

Het verschil tussen de hoofdtroepen en de hulptroepen was dat in de hoofdtroepen alleen echte Romeinse soldaten in dienst waren. Bij de hulptroepen zaten geen echte Romeinen maar mensen uit andere landen die wel bij het Romeinse rijk hoorden.


Hoofdtroepen


Een soldaat in het leger werd een “Gregarius Miles” of een “Legionarius” genoemd. Het leger was opgedeeld in “Legioenen”. Één Legioen bestond uit 4800 soldaten, in het totaal had het Romeinse leger 28 Legioenen. Dus ongeveer een totaal van 134 000 soldaten. Nederland had in 2001 een totaal van ongeveer 74 000 soldaten net iets meer dan de helft van het Romeinse Leger.

Een legioen stond onder leiding van een leider die de “Legatus” werd genoemd. Een Legatus had 5 of 6 assistenten die “Tribuni” genoemd werden.

Een Legioen werd weer onderverdeeld in een “Cohort”. Zo’n Cohort bestond uit 480 soldaten. 10 keer een cohort van 480 soldaten vormde dus een legioen van 4800 soldaten. Een cohort heeft geen aparte leider of iets anders.

Een Cohort was weer onderverdeeld in 6 “Centuria”. Een Centuria bestond uit 80 soldaten. De leider van een Centuria heette “Centurio”. De Centurio had net als een Legatus ook assistenten, deze werden “Optio” genoemd. Binnen een Cenuria was er ook een vaandeldrager genaamd de “Signifer”. Deze droeg de vaandel met het kenmerk van het legioen. Deze vaandel werd het “Signum Legionum”. Als men deze vaandel verloor was dit een schande voor het hele legioen. De Signifer moest de vlag kostte wat het kost verdedigen tot het laatste moment.
legioensignum.jpg

Een Cenuria was weer opgedeeld in een “Contubernium”. Deze bestond uit een groep van 8 soldaten. Deze soldaten deelden samen een tent dat in een militair kamp stond. Zo’n tent was niet al te groot. Elke Contubernium had een muilezel die gebruikt werd om spullen te dragen als het leger zich verplaatste.

Hultroepen


De hulptroepen werden “Auxilia” genoemd. Soldaten bij de hulptroepen werden “Auxiliarii” genoemd. De soldaten bij de hulptroepen waren niet-Romeins. Ze hadden een veel lagere status en verdienden 1/3 van het loon dat de soldaten die bij de hoofdtroepen zaten. Wanneer een soldaat bij de hulptroepen 25 jaar gewerkt had werd hij een Romein met dezelfde rechten als de echte Romeinen. De hulptroepen werden gebruikt om Legioenen te helpen maar vooral om de grenzen te bewaken en te verdedigen.

Wat droegen de Romeinse soldaten?


De soldaten moesten vaak lange afstanden lopen. Ze hadden daarom ook leren sandalen (caligulae) aan met een stevige zool met stalen noppen om niet uit te glijden. Ze hadden een zwaard (gladius) en speer (pilum) als wapens. De bescherming bestond uit een schild (scutum), een maliënkolder (lorica hamata) en een helm (cassis). Een maliënkolder is een trui of vest gemaakt van stalen ringen hierdoor was deze moeilijk kapot te maken. He bood dus bescherming tegen speren en zwaarden.
legioenmalienkolder.jpglegioenkleding.jpg


Hoe was het gedrag van de Romeinse soldaten?


De soldaten in het Romeinse leger hadden een goede discipline. Dit betekent dat de soldaten de opdrachten die ze kregen van hun leiders goed opvolgden. Als soldaten zich misdroegen kregen ze straf.

Straffen


Zoals gezegd waren er verscheidene straffen voor muiterij en andere vormen van ongehoorzaamheid. We kunnen deze straffen onderverdelen in collectieve en individuele straffen. Vaak waren deze straffen bestemd voor gebruik bij bepaalde vormen van ongehoorzaamheid. Er waren 2 soort straffen. De straffen voor een hele groep en straffen die maar voor een soldaat was.

De straffen voor de hele groepen bestond bijvoorbeeld dat ze niet binnen het veilige kamp mochten slapen maar dat ze dit buiten het kamp moesten doen waar het onveilig was. Een zwaardere straf voor groepen was dat iedere 10e soldaat gedood werd dit werd “decimatio”.

Een straf voor een soldaat was bijvoorbeeld een boete. Ook kon een soldaat oneervol worden ontslagen waardoor hij zijn pensioen verloor. Daarnaast kon een soldaat ook gestraft worden door geslagen te worden met een staf. Onthoofding werd ook gedaan. Als een soldaat werd beschuldigd van een misdaad kon hij ook voor een rechter komen. De rechter besloot dan of de soldaat vrij gelaten moest worden of dat hij gedood moest worden.

Hoe vocht het Romeinse leger?


Het Romeinse leger was een leger dat goed nadacht over hoe ze zouden aanvallen. Ze hadden een goede manier bedacht om te kunnen aanvallen zonder zelf gewond te raken. De soldaten werden in een groep van ongeveer 20 ingedeeld. Door hun schilden zo te houden dat ze van voren, de zijkant en de bovenkant niet konden worden geraakt door speren en pijlen vormden ze eenbijna niet te stoppen eenheid.
legioenaanval.jpg



Home - Naar boven